Aardappelonderzoek
Ziekten en plagen zijn bedreigingen voor de rentabiliteit van de aardappelteelt. Onderzoek van partijen pootgoed helpt teleurstellingen voorkomen. Met de onderzoeksresultaten van de NAK weet u of een partij gezond is. De NAK is sterk in grootschalig en routinematig virus-, bacterie- en schimmelonderzoek in aardappelen. Indien u één van de genoemde onderzoeken wilt laten uitvoeren, kunt u contact opnemen met onze klantenservice. Voor meer informatie over het aanvragen en aanleveren van monsters voor vrijwillig onderzoek, kunt u de circulaires op het NAK-Loket raadplegen. Voor het aanvragen van voorbedrukte labels dient u het ingevulde aanvraagformulier te sturen naar monsterontvangst@nak.nl
Vrijwillig onderzoek
Lees meer »
Virusziekten
Lees meer »
Bladonderzoek:
De NAK toets partijen pootaardappelen op de aanwezigheid van PVY, PVA, PVX, PVS, PVM, PVV en PLRV (bladrol). Tijdens het groeiseizoen wordt bladmateriaal getoetst op de aanwezigheid van virussen. Bij virusonderzoek aan bladmateriaal is een uitslag voor een spoedmonster binnen 2 dagen mogelijk, een reguliere uitslag wordt binnen 2 weken verstrekt. Onderzoek op PSTV, PMTV en TRV is ook mogelijk.
Vrijwillige nacontrole:
Na de oogst geeft een vrijwillige nacontrole zekerheid of er geen late besmetting is opgetreden, die in de moederplant niet zichtbaar was. De nacontrole wordt uitgevoerd volgens een methode waarbij uit knolstukjes plantjes worden opgekweekt. Na de groeiperiode wordt blad geplukt. Met de Elisa-techniek worden de blaadjes onderzocht op aanwezige virussen. De uitslag wordt weergegeven in percentage zieke planten. Het onderzoek duurt 7 tot 9 weken.
De NAK biedt ook de mogelijkheid om monsters te laten onderzoeken via de veel snellere PCR-methode. De PCR-methode is een moleculaire toets op virussen, direct aan de knol. Een groot voordeel is dat het onderzoek slechts enkele dagen duurt.
Erwinia (bacterieziekten)
Lees meer »
De NAK onderzoekt partijen op de aanwezigheid van Erwinia spp. (zwartbenigheid en stengelnatrot). Het onderzoek wordt uitgevoerd met behulp van de BioPlex real-time PCR-techniek. Hiermee worden uitsluitend levende bacteriën aangetoond. De NAK geeft de mate van besmetting aan en daarmee het risico op het optreden van bacterieziekten. De resultaten van het onderzoek helpen u bij de selectie voor het beste uitgangsmateriaal. Sinds de introductie van de BiopPlex techniek in 2009 is het mogelijk om op ziekteverwekkende varianten van Erwinia carotovora subsp. carotovora te toetsen, tot nu toe was dat niet mogelijk. Is er sprake van spoed, dan is de uitslag binnen 1 week na ontvangst te verkrijgen. Regulier onderzoek binnen 6 weken.
Schimmelziekten
Lees meer »
De NAK onderzoekt blad- en knolmateriaal op de aanwezigheid van: Fusarium, Phorna, Schurft (poeder-zilverschurft, Zwarte spikkel, Phytopthora, Roodrot, Rhizoctonia (lakschurft), Wratziekte en Verticillium (verwelkingsziekte).
Diagnostisch onderzoek
Regelmatig worden in de praktijk zieke planten, zaden of knollen gevonden waar de veroorzaker niet direct duidelijk is. Het onderzoek beantwoordt snel en betrouwbaar de vraag wat de oorzaak van de aantasting is (virus, bacterie, aaltje, fysiologische oorzaak). Daarbij wordt een breed scala aan technieken ingezet, waaronder moleculaire (PCR).
Verplichte onderzoeken:
Lees meer »
Toets op bruinrot en ringrot
Lees meer »
Voorwaarde voor afgifte van het NAK-certificaat (plantenpaspoort) is dat een partij pootgoed vrij is van quarantaineziekten. Net als in voorgaande jaren worden alle partijen pootgoed getoetst op de bacterieziekten bruinrot en ringrot. Bemonstering en toetsing met de zogenaamde IF-methodiek wordt uitgevoerd door de NAK. De uiteindelijke bevestiging van een besmetting en de daarop gebaseerde maatregelen zijn in handen van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA). De nVWA is verantwoordelijk voor de controle op quarantaineziekten. Naast de integrale toetsing op ringrot en bruinrot worden surveys uitgevoerd om zeker te zijn dat het Nederlandse pootgoed vrij is van quarantaineziekten.
Onderzoek pootgoed Meloidogyne chitwoodi/fallax
Lees meer »
Volgens de Europese fytorichtlijn moet pootgoed vrij zijn van het maïswortelknobbelaaltje Meloidogyne chitwoodi/fallax (M. chitwoodi/fallax). Om dit te garanderen moet pootgoed afkomstig zijn uit ‘vrije gebieden’ of onderzocht worden.
De nVWA-divisie Plant (voorheen de Plantenziektenkundige Dienst) wijst de gebieden aan waarbinnen onderzoek verplicht is. Wanneer er een vondst wordt gedaan van de wortelknobbelaaltjes M. chitwoodi of M. fallax dan wordt rondom de vondst een gebied (de zogeheten cirkel met een straal van 1 km) aangewezen. Zuidoost Nederland is in zijn geheel aangewezen.
Alle pootgoedpartijen die binnen de aangewezen gebieden worden geteeld en in het handelsverkeer worden gebracht, moeten eerst door de NAK bemonsterd en onderzocht worden. Naast het onderzoek aan knollenmonsters wordt ook tijdens de partijkeuring geïnspecteerd op het voorkomen van symptomen van het maïswortelknobbelaaltje. Partijen waarin een besmetting wordt gevonden, verliezen de pootgoedstatus. Pootgoedtelers in aangewezen gebieden (gebieden waar M. chitwoodi/fallax voorkomt) worden hierover middels een brief van het nVWA geïnformeerd. Deze brief wordt alleen verstuurd in het eerste jaar van de nieuwe gebiedsaanwijzing. Daarna kunnen telers voor informatie over de ligging van de aangewezen gebieden contact opnemen met de keurmeester in de eigen regio.
Bemonstering en onderzoek is niet voorgeschreven voor pootgoed met een bestemming ‘eigen gebruik’. Als de partij niet in het handelsverkeer wordt gebracht, kan een teler afzien van het onderzoek. Dit kan via het NAK-loket worden aangegeven.
Onderzoeksmethoden:
Het onderzoek wordt uitgevoerd aan een monster van 200 knollen. Voor het onderzoek zijn twee methoden beschikbaar;
- het zogenaamde bewaaronderzoek. Dit is de standaardmethode. Bij deze methode worden monsters opgeslagen in een bewaarruimte met een temperatuur van 18 °C. Na een bewaarperiode (minstens tot half oktober) worden de monsters visueel beoordeeld;
- de 'Taqman-PCR'. Met deze nieuwe methode wordt gekeken naar de aanwezigheid van DNA van het aaltje. Deze methode heeft een hogere betrouwbaarheid dan de visuele beoordeling en kan direct worden uitgevoerd. Het voordeel hiervan is dat de uitslag snel beschikbaar is.
Wanneer een snelle uitslag gewenst is, kan een PCR-onderzoek worden aangevraagd door een mail te sturen naar: admpotal@nak.nl. De kosten zijn voor de aanvrager.
Voor meer algemene informatie over M. Chitwoodi/fallax, verwijzen wij u naar de site van de nVWA.