Veldkeuring
Bij de veldkeuring van zaaizaden worden de gewassen beoordeeld op rasechtheid, raszuiverheid, zaadoverdraagbare ziekten en onkruiden en vermengingen. Ook richt de keuring zich op 'wilde haver' waarvoor in Nederland een nul-norm geldt. Dit betekent dat elk perceel en elke partij vrij moeten zijn van wilde haver. U vindt hier de normen voor de raszuiverheid.
Bij granen begint de keuring zodra het gewas in de aar staat. Bij de peulvruchten en het vlas vindt de veldkeuring plaats tijdens de bloei. De generaties prebasiszaad en basiszaad worden twee keer gekeurd. Voor gecertificeerd zaad is er één veldkeuring (met uitzondering van vlas, dat twee keer wordt gekeurd).
Bij de groenvoeders worden prebasiszaad en basiszaad twee keer gekeurd: één keer in het vegatatieve stadium en één keer in het generatieve stadium. De categorie gecertificeerd zaad wordt één keer gekeurd namelijk vanaf het moment van doorschieten tot aan de bloei.

