Om te controleren of de Nederlandse aardappelkolom vrij is van bruinrot, ringrot, wratziekte en Meloïdogyne Chitwoodi voert de NAK, in opdracht van de NVWA, naast het reguliere onderzoek in pootgoed surveys uit. Hiermee wordt bewaakt of de (bestrijdings)maatregelen in de voorliggende schakels van de keten effectief zijn.

De surveys omvatten de volgende onderdelen:

  • Industriesurvey bij de industriële verwerkers
  • Teeltsurvey van partijen consumptieaardappelen
  • Teeltsurvey van zetmeelaardappelen, waarbij ook gecontroleerd wordt op het voorkomen van wratziekte
  • Survey Meloidogyne Chitwoodi in pootgoed.

Teeltsurvey van consumptieaardappelen

  • selectie van bedrijven die in de survey vallen vindt ad-random plaats (o.b.v. gegevens bekend bij de RVO)
  • een bedrijf wordt maximaal één maal per drie jaar opgenomen in de survey
  • de teler wordt persoonlijk geïnformeerd als het bedrijf dit jaar in de survey valt
  • de teler wordt in de gelegenheid gesteld om bij de bemonstering aanwezig te zijn
  • er wordt per perceel/partij een monster van 200 knollen genomen (bij voorkeur verdachte knollen)
  • bij de bemonstering wordt gelet op de aanwezigheid van visuele symptomen van andere quarantaine organismen, vooral wratziekte
  • na afsluiting van de survey krijgt de teler bericht van de uitslag
  • aan deze survey zijn voor de teler geen kosten verbonden.

Bij de teeltsurvey van zetmeelaardappelen worden steekproefsgewijs tijdens de oogstperiode 350 partijen beoordeeld.

Bij de industriesurvey worden steekproefsgewijs gedurende het gehele jaar monsters genomen van partijen met Nederlandse en buitenlandse herkomst.

Survey Meloidogyne Chitwoodi

  • selectie van pootgoedpercelen uit de aangifte bij de NAK. Het betreft pootgoedpercelen die niet gelegen zijn in de zogenaamde cirkelgebieden
  • de teler wordt persoonlijk geinformeerd als het bedrijf dit jaar in de survey valt
  • de teler wordt in de gelegenheid gesteld om bij de bemonstering aanwezig te zijn
  • er wordt per perceel/partij een monster van 200 knollen genomen (bij voorkeur verdachte knollen)
  • bij de bemonstering wordt gelet op de aanwezigheid van visuele symptomen van ander quarantaine organismen, vooral wratziekte
  • het monster wordt met de PCR-techniek getoetst op het laboratorium van de NAK
  • na afsluiting van de survey krijgt de teler bericht van de uitslag.

Bruinrot-survey oppervlaktewater
Om verspreiding van de bruinrotbacterie door oppervlaktewater te voorkomen, voert de NAK in opdracht van de NVWA de oppervlaktewatersurvey uit. Hierbij worden in de zomermaanden op verschillende plaatsen in Nederland monsters genomen uit oppervlaktewater. Deze monsters worden op het NAK-laboratorium onderzocht op het voorkomen van de bruinrotbacterie.

Meer informatie over bruinrot en ringrot maatregelen bij een besmetting, verbodsgebieden oppervlaktewater en beregingsverboden vindt u op de website van de NVWA.