De EU-klassen zorgen ervoor dat we allemaal dezelfde taal spreken als het gaat over generaties en kwaliteit. De Nederlandse landbouwsector werkt met een vaste afkap van één klasse per jaar. De tabel biedt een duidelijk overzicht.
| Uitgangsklasse | Maximale klasse | Generatie |
|---|---|---|
| Miniknollen | PB1 | G0 |
| PB1 | PB2 | G1 |
| PB2 | PB3 | G2 |
| PB3 | PB4 | G3 |
| PB4 | S | G4 |
| S | SE | G5 |
| SE | E | G6 |
| E | A | G7 |
| A | B | G8 |
| B | G9 |
De EU-klassen zijn onderdeel van het NAK-certificaat:
- We vermelden de EU-klasse op het certificaat.
- Bij partijen met de klasse PB of S vermelden we het stamnummer.
- Bij het samenvoegen van partijen worden de laagste klasse en de oudste generatie toegekend. Dit betekent dat we bij een partij met klasse PB2 (G1) en PB3 (G2) de klasse PB3 (G2) aanhouden.