Home » Grondonderzoek
Met grondonderzoek leggen we een betrouwbare bodem voor groei: voordat de teelt van pootgoed begint, onderzoeken we volgens de regels van de NVWA of een perceel vrij is van het aardappelcystenaaltje. Zo krijgt aardappelmoeheid (AM) geen kans. Niet op het perceel én niet in de omgeving. Als bewijs van een schoon perceel geven we de onderzoeksverklaring AM af. Deze verklaring is nodig om aangifte te doen. Want voortkwekingsmateriaal van pootaardappelen, boomkwekerijgewassen en bloembolgewassen mag alleen worden geteeld op AM-vrije grond.
Voordat de teelt van pootgoed begint, doen we grondonderzoek. Bij dit onderzoek controleren we of een perceel vrij is van het aardappelcystenaaltje. Een aanvraag indienen voor het onderzoek kan via ons klantportaal. U dient zich eerst als klant te registreren bij de NAK.
De uitslagtermijn is het aantal weken tussen de datum waarop een perceel bemonsterbaar is en de datum van de uitslag. Deze termijn kan 2, 4, 8, 14, 20 of 36 weken zijn. Bij het aanvragen van het grondonderzoek wordt een keuze gemaakt. Hoe langer de termijn is, hoe minder het grondonderzoek kost.
Onze monsternemer bepaalt of een perceel bemonsterbaar is. Blijkt het perceel bevroren, te nat of net geploegd te zijn, dan wordt de monstername – en dus ook de uitslagtermijn – uitgesteld.
We voeren het grondonderzoek uit in ons laboratorium. Eerst slaan we het monster op in een droogruimte en daarna spoelen we het in een speciale AM-spoelmachine. Het overgebleven restmonster bekijken we onder een microscoop. Zien we aardappelcystenaaltjes, dan maken we ze open om de inhoud vast te stellen. Als we levende aaltjes vinden, doen we vervolgonderzoek en bepalen we met de PCR-methode om welke soort het gaat.
Als we op een perceel geen levende aardappelcystenaaltjes vinden, delen we de uitslag binnen de uitslagtermijn via het klantportaal. De officiële onderzoeksverklaring AM met stempel sturen we per post.
De onderzoeksverklaring AM maakt het mogelijk om aangifte van een perceel te doen. Vanaf dan kan de teelt officieel beginnen. De verklaring vervalt wanneer er aardappelen op het perceel zijn geteeld.
Komen we op een perceel aardappelcystenaaltjes tegen, dan melden we dat via het klantportaal. We doen een vervolgonderzoek waarbij we kijken welke soort de besmetting veroorzaakt en of het om levende aardappelcystenaaltjes gaat. Op basis daarvan is het mogelijk om een aantal resistente rassen te telen.
Het vervolgonderzoek duurt maximaal twee weken, waardoor de gekozen uitslagtermijn langer kan zijn. De uitslag delen we via het klantportaal. De officiële onderzoeksverklaring AM met stempel sturen we per post. Een situatieschets van de besmetting volgt via de NVWA.
De NVWA legt een officiële besmetverklaring op als bij het vervolgonderzoek een besmetting wordt gevonden. Deze verklaring vervalt als een perceel vrij is van het aardappelcystenaaltje. Om dat aan te tonen, mag er na zes jaar weer een grondonderzoek worden uitgevoerd. Deze periode kan worden verkort door bestrijdingsmaatregelen te nemen en bij de NVWA te melden.