Aardappelmoeheid (AM) is een quarantaineziekte waarvoor regels gelden die gebaseerd zijn op Europese richtlijnen. Het doel is om verspreiding te voorkomen en besmettingen te beheersen. Voortkwekingsmateriaal van pootaardappelen, boomkwekerijgewassen of tulpen, mag alleen geteeld worden op grond die vrij is van AM. Hiervoor moet uw perceel voor het telen worden onderzocht op AM.
Is uw perceel vrij bevonden van AM, dan ontvangt u een AM-vrijverklaring. Deze heeft u nodig bij de aangifte voor de keuring van o.a. pootaardappelen. Als er een besmetting wordt gevonden, dan volgen er maatregelen voor het besmette deel van het perceel.

Aanvraag AM-onderzoek

Het aanvragen van een officieel AM-onderzoek doet u via het Klantportaal. Bij de aanvraag kunt u onder andere aangeven welke onderzoekssnelheid en welke bemonsteringsmethode u wenst. Na goedkeuring van uw aanvraag wordt het perceel door een NAK-monsternemer bemonsterd. Daarna onderzoekt de NAK het grondmonster in het laboratorium.

Keuze uit bemonsteringsmethode

Er zijn drie bemonsteringsmethoden mogelijk:

  • Methode 1: Amex 200 cc per 1/3 ha
  • Methode 2: Amex 600 cc per 1 ha
  • Methode 3: Amex 500 cc per 1/3 ha

Kenmerken

Methode 1 en 2

  • de bemonsteringsintensiteit en de hoeveelheid bemonsterde grond per ha is bij methode 1 en 2 gelijk.
  • er wordt totaal 600 cc per ha. grond bemonsterd.
  • deze bemonsteringsmethoden worden ook wel aangeduid als het ‘lichte bemonsteringsregime’.
  • omdat er bij methode 2 minder monsters worden genomen (1 monster per hectare) dan bij methode 1 (3 monsters per hectare), is deze methode goedkoper.
  • het nadeel van methode 2 is dat bij het aantreffen van een eventuele besmetting, de opgelegde besmetverklaring mogelijk groter is dan die van methode 1.

Methode 3

  • bij methode 3 wordt er totaal 1500 cc van een ha. bemonsterd.
  • deze methode wordt het ‘zware bemonsteringsregime’ genoemd.

Voorwaarden voor uitvoering

Methode 1 en 2 kan alleen worden uitgevoerd wanneer

  • bij het laatste officiële AM-onderzoek geen levende- en geen dode aardappelcysten zijn gevonden en er na dit onderzoek geen aardappelen zonder officiële AM-verklaring zijn geteeld.
  • bij de laatste twee opeenvolgende officiële AM-onderzoeken geen levende aardappelcysten zijn gevonden en er tussen en ná deze onderzoeken geen aardappelen zonder officiële AM-verklaring zijn geteeld.
  • er minimaal zes jaar geen aardappelen zijn geteeld.

Wanneer aan bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, wordt bemonsterd volgens methode 3.

Methode 3 moet altijd worden uitgevoerd

  • bij een (her)bemonstering van een besmet verklaard perceel(sgedeelte).
  • na de teelt van consumptieaardappelen, behalve wanneer er een officieel AM-grondonderzoek is uitgevoerd. In sommige gevallen zal u gevraagd worden om een bewijs (kopie) van het onderzoek naar ons toe te sturen via admam@nak.nl.