Aanvraag
Home » Grondonderzoek » Aanvraag
Voordat de teelt van pootgoed begint, doen we grondonderzoek. Bij dit onderzoek controleren we of uw perceel vrij is van het aardappelcystenaaltje. Zo krijgt aardappelmoeheid (AM) geen kans. U kunt het grondonderzoek snel en gemakkelijk aanvragen via MijnNAK.
Zo werkt het
Voordat u met de teelt van pootgoed begint, moet u grondonderzoek laten uitvoeren. Dit kan het hele jaar door via MijnNAK. Zo werkt het:
Aanmelden
Log in op MijnNAK om uw aanvraag te starten. Heeft u nog geen account, vul dan dit formulier in. Wij maken dan een account voor u aan.
Aanvraag invullen
Eerst gaat u naar het onderdeel Mijn Percelen. Daar maakt u uw perceel aan. Via het onderdeel Mijn Grondonderzoek deelt u de bemonsteringsgegevens, zoals de methode, het moment van bemonsteren en de uitslagtermijn. U leest hier meer over op de pagina grondonderzoek.
Aanvraag indienen
Houd bij het indienen van de aanvraag rekening met het gewenste moment van bemonsteren. We hebben tijd nodig om uw aanvraag te beoordelen en het werk in te plannen.
Aanvraag verwerken
Als wij uw aanvraag hebben beoordeeld, ontvangt u een bevestiging via MijnNAK. Is uw aanvraag afgewezen, dan nemen we contact met u op.
Aangifte terugtrekken
Wilt u een aanvraag terugtrekken? Stuur dan een mail naar admam@nak.nl. Dit kan kosteloos totdat de monstername start.
Grondonder zoek uitvoeren
Onze monsternemer komt langs om monsters van uw perceel te nemen. Daarna onderzoeken we de monsters in ons laboratorium. De uitslag delen we binnen de gekozen uitslagtermijn via MijnNAK. De officiële onderzoeksverklaring AM met stempel sturen we per post.
Mijn Percelen
Bij het aanvragen van een grondonderzoek gaat u eerst naar het onderdeel Mijn Percelen. Daar maakt u het perceel aan waarop u pootaardappelen wilt telen. Dit zijn belangrijke aandachtspunten:
- Neem kopakkers en akkerranden tot vijf meter vanaf de (topografische) perceelsgrens mee in het onderzoeksperceel.
- Dammen en kavelpaden mag u niet meenemen in het onderzoeksperceel.
- Uw aanvraag wordt afgekeurd als de vorm van het onderzoeksperceel te veel afwijkt. Het perceel loopt bijvoorbeeld over een dam, sloot of weg. Of er zitten smalle, niet beteelde stukken aan.
- U moet de juiste bemonsteringsrichting doorgeven. Dit is de richting waarin de aardappelen zijn gepoot. Is die niet bekend? Houd dan de bewerkingsrichting aan.
- Per onderzoeksperceel mag u één bemonsteringsrichting doorgeven. Als er binnen een (topografisch) perceel verschillende richtingen zijn, moet u meerdere onderzoekspercelen aanvragen. Kleine delen, zoals kopakkers, mogen wel afwijken.
Mijn Grondonderzoek
Via het onderdeel Mijn Grondonderzoek geeft u de bemonsteringsgegevens door, zoals de methode, het moment van bemonsteren en de uitslagtermijn. Dit zijn belangrijke aandachtspunten:
- U controleert zelf uw recht op bemonstering en de best passende methode. Een uitleg staat op de pagina Grondonderzoek.
- Als u geen recht heeft op bemonstering en de gekozen methode, wordt uw aanvraag afgewezen. We nemen dan contact met u op.
- Klopt de datum bij ‘Te bemonsteren vanaf’ niet, dan wordt de bemonstering uitgesteld en kan de uitslagtermijn langer worden.
- Als u de aanvraag bevestigt, geeft u aan dat de ingevulde gegevens kloppen en dat u recht heeft op bemonstering volgens de gekozen methode.
Aanvraag voor een besmet perceel
Is een perceel besmet, dan mag u na zes jaar opnieuw grondonderzoek laten uitvoeren. Wel gelden er dan aanvullende voorwaarden.
- Noteer de gehele oppervlakte van de besmetverklaring in het onderzoeksperceel.
- Neem kopakkers en akkerranden tot vijf meter vanaf de (topografische) perceelsgrens mee.
- Zijn er meerdere besmette stroken naast elkaar? Dan mag u de stukken grond die vrij zijn van besmetting samenvoegen tot één onderzoeksperceel, mits ze niet verder dan honderd meter uit elkaar liggen. Kies voor methode 3 en voeg alle besmetverklaringsnummers toe aan uw aanvraag.