De vaste commissie voor pootaardappelen heeft op basis van artikel 11.3 van het keuringsreglement de volgende aanwijzingen vastgesteld voor de uitvoering van de virusonderzoeken (nacontrole) in 2026 van te velde goedgekeurde partijen pootaardappelen.
1. Bemonstering
Bemonstering vindt in alle gevallen plaats door een medewerker van de NAK.
Voor het 1e onderzoek vindt bemonstering plaats conform het NVWA-protocol voor het bruin- en ringrotonderzoek. Deze monsters worden behalve op bruin- en ringrot (richtlijnen NVWA) ook getoetst op virussen, conform de bepalingen beschreven bij het hoofdstuk ‘Het onderzoek’.
Voor een heronderzoek, vanaf nu genoemd het 2e of 3e onderzoek, vindt een representatieve bemonstering plaats uit de box of uit kisten. De knolmaat is als regel ‘gemiddeld’ (40/50 mm).
Bemonstering ten behoeve van het onderzoek voor Candidatus Phytoplasma solani vindt onafhankelijk plaats van de bemonstering voor het virus onderzoek, en het bruinrot en ringrot onderzoek.
2. Het nacontrole systeem
Voor alle klassen geldt dat er standaard één monster van 200 knollen per 6 ha wordt genomen. Voor percelen of samenvoegingen groter dan 6 ha wordt voor elke 6 ha een extra monster genomen.
Grotere of extra monsters zijn mogelijk volgens onderstaand systeem.
1e onderzoek:
Standaardmonster van 200 knollen. Een groter monster is mogelijk, in eenheden van 200 knollen, met een maximum van 800 knollen, en 50 knollen per reactie. Het aantal positieve reacties bepaalt de klasse.
2e onderzoek:
Op verzoek is een 2e onderzoek mogelijk. De monstergrootte is minstens gelijk aan die van het 1e onderzoek. Een groter monster is mogelijk, tot maximaal 800 knollen, in eenheden van 200 knollen, en 50 knollen per reactie. Het aantal positieve reacties van het 1e en 2e onderzoek bepaalt de klasse.
3e onderzoek:
Op verzoek, bij een uitslag van B of AF na het 1e en 2e onderzoek, is een derde onderzoek mogelijk. Een monster bestaat uit 400 knollen, met 25 knollen per reactie. Het aantal positieve reacties van het 3e onderzoek bepaalt de definitieve klasse. De maximaal te behalen klasse is A.
Zie bijlage 1 voor de classificatietabel.
Voor een 2e of 3e onderzoek geldt:
- Aanvraag binnen 7 kalenderdagen, volgend op de dag waarop de uitslag is ontvangen.
- Alleen toegestaan als de oorspronkelijke partij nog volledig aanwezig is.
- Na een 2e onderzoek met uitslag A of hoger, of na een 3e onderzoek, kan niet nog eens een onderzoek worden aangevraagd.
2.1 Heronderzoek voor Candidatus Phytoplasma solani
Een heronderzoek voor Candidatus Phytoplasma solani is niet mogelijk.
3. Bemonstering i.v.m. samenvoeging van partijen
3.1 Algemeen
Een bemonstering van een administratieve of fysieke samenvoeging is mogelijk voor partijen van hetzelfde ras en als regel, dezelfde veldkeuringsklasse. Aan fysieke samenvoegingen van partijen met verschillende klassen, wordt de laagste klasse van de samenstellende delen toegekend.
3.2 Percelen op dezelfde locatie
Bij samenvoeging van partijen kan worden volstaan met één monster, mits de betreffende percelen op dezelfde locatie zijn geteeld. Dit kunnen één of meerdere kavels of aaneengesloten terreinen zijn, omsloten door perceelsloten die een eigendoms- of gebruiksgrens zijn, dijken, verharde / openbare wegen en natuurlijke begrenzingen (bijv. bos).
Als na een (fysieke) samenvoeging blijkt dat niet aan het criterium voor samengevoegd bemonsteren is voldaan, dan volgt verlaging met één klasse (onafhankelijk van het resultaat van de nacontrole), met de klasse B als minimum toe te kennen klasse.
3.3 Percelen met primair virus
Percelen met primair virusziek moeten apart worden bemonsterd en onderzocht van percelen zonder primair. De sanctie op samenvoegen vóór bemonstering is verlaging met één klasse, met de klasse B als minimum toe te kennen klasse.
3.4 Samenvoegen na bemonstering
Bij (fysieke) samenvoeging na bemonstering voor het 1e onderzoek vindt classificatie plaats op basis van het slechtste resultaat van het onderzoek.
3.5 Samenvoegen van partijen waarin generiek fytoplasma is geconstateerd
Als in de veldkeuring fytoplasmsa is geconstateerd, dan kan deze partij niet gebruikt worden in een samenvoeging voor virusonderzoeken.
4. Het onderzoek
4.1 Algemeen
Virusonderzoek (nacontrole) is voorgeschreven voor:
- De klassen PB, S en SE (in geval van afzet in deze klassen).
- Van symptoomloze rassen de klassen PB t/m B.
- Handelsklassen die de vaste commissie voor pootaardappelen aanwijst (afhankelijk van het ontheffingsbeleid).
- Percelen met primair virusziek (alle rassen).
- Percelen met hergroei met sanctie nacontrole zie aanwijzing PA-05 Veldkeuring.
Virusonderzoek (nacontrole) is niet voorgeschreven voor:
- Pootgoed van de klassen A en B van BPR-rassen.
- Pootgoed voor eigen gebruik (op verzoek van de teler).
4.2 Virussen waarop wordt getoetst
Toetsing vindt met PCR1 plaats op PVY en PLRV (alle klassen). De virussen PVA, PVX, en PVS zijn onderdeel van een survey van 500 monsters.
1 Zie www.nak.nl/virusonderzoek voor de gebruikte PCR methode.
5. Normstelling
De normen voor de verschillende klassen worden uitgedrukt in een maximum aantal positieve reacties per virus in het onderzoek. Classificatie vindt plaats op basis van de tabellen 2 t/m 9 in bijlage 1.
De met het aantal reacties samenhangende percentages virusziek (berekend, meest waarschijnlijk) zijn hierin ook weergegeven (tabel 1 in bijlage 1).
Vertaald naar toleranties op partijniveau (vergelijkbaar met de EU-systematiek, toleranties in de ‘nateelt’), gelden onderstaande toleranties:
- PB/S: 0,5%
- SE: 0,75%
- E: 1,5%
- A: 6%
- B: 10%
6. Overig
Bij sterk verschillende uitslagen van het eerste en het tweede onderzoek kan, ter beoordeling van de manager van het laboratorium in overleg met de betreffende keurmeester en/of vakspecialist, een derde onderzoek verplicht worden gesteld.
Dit onderzoek vindt plaats op 400 knollen op basis van een 16 x 25 format (25 knollen samengevoegd). De uitslag van het 3e onderzoek is bepalend voor de classificatie.
Een 3e onderzoek kan op verzoek van een teler achterwege blijven. Het slechtste resultaat van beide onderzoeken is dan bepalend voor de classificatie.
7. Berichtgeving uitslagen
De uitslagen zijn na afronding van het onderzoek beschikbaar in het Klantportaal.
Dr. N. Rietbroek
secretaris vaste commissies
pootaardappelen en zaaizaden
Bijlage 1: Classificatietabel virusonderzoek
Het 1e en 2e onderzoek worden uitgevoerd op samenvoegingen van 50 knollen. Om de klasse te bepalen wordt per virus het aantal positieve reacties vastgesteld en daarmee het percentage ziek (zie tabel 1).
De klasse wordt bepaald aan de hand van het aantal reacties per virus. De percentages ziek worden bij elkaar opgeteld, en via een kruistabel is de klasse inzichtelijk (zie tabel 2 t/m 8).
Bij het 2e onderzoek worden de monstergroottes en het aantal positieve reacties per virus bij elkaar opgeteld. Om de klasse te bepalen worden de percentages ziek bij elkaar opgeteld (zie tabel 2 t/m 8).
Na een klasse B of AF uit twee onderzoeken, bestaat de mogelijkheid om een 3e onderzoek uit te voeren. Deze bestaat uit 400 knollen, in samenvoegingen van 25. De uitslag van dit 3e onderzoek is weergegeven in tabel 9.
Tabel 1: het aantal reacties en percentage ziek in de partij voor PVY en PLRV
