Versie 1.2
De NAK heeft met inachtneming van de Regeling Plantgezondheid, voor de teelt van ATR-pootaardappelen de volgende beleidsregels vastgesteld.
1. Aangifte voor keuring
1.1 Algemeen
Degene voor wiens rekening en risico de teelt plaatsvindt, moet deze aangeven voor keuring.
Aangifte voor ATR-teelt is niet mogelijk in combinatie met reguliere NAK-pootgoedteelt.
Op één kavel mag slechts ATR-vermeerdering plaatsvinden door één consumptieaardappelteler. Op dezelfde kavel mag geen NAK-vermeerdering plaatsvinden.
1.2 Termijn voor aangifte
De aanvraag voor keuring moet uiterlijk op de vastgestelde datum zijn ingediend. Per gebied kan er een eerder of latere datum worden vastgesteld.
Een aangifte voor de keuring die na de gestelde datum is ingekomen, wordt tegen betaling van een verhoogd tarief meegenomen c.q. ingewilligd, mits het perceel op dat moment naar oordeel van de NAK nog goed te keuren is.
Een aangifte voor de keuring kan kosteloos worden ingetrokken zolang de keuringen in het betreffende gebied nog niet zijn begonnen.
1.3 Eisen aan uitgangsmateriaal
Het teeltmateriaal, dat voor de keuring aangegeven percelen wordt gebruikt moet voorzien zijn van certificaten of andere bewijzen van goedkeuring. Indien het in Nederland is geteeld, moet het teeltmateriaal voorzien zijn van door de NAK afgegeven certificaten of andere bewijzen van goedkeuring. Als EG geteeld teeltmateriaal wordt gebruikt dan moet deze zijn goedgekeurd volgens het EG-systeem en zodanig zijn gewaarmerkt.
Bij de aangifte moeten alle certificaten of andere bewijsstukken van het gebruikte teeltmateriaal kunnen worden overlegd.
Aangifte voor ATR-teelt is mogelijk met uitgangsmateriaal van alle handelsklassen, inclusief buitenlands pootgoed.
1.4 Vereiste locatie
Voor de keuring van ATR-pootaardappelen worden alleen percelen geaccepteerd waarop ten minste gedurende de voorgaande twee jaar geen aardappelen zijn verbouwd. Deze voorwaarde geldt niet voor de ATR-teelt in het NO zand- en dalgrondgebied.
ATR-percelen zijn vrijgesteld van de onderzoeksverklaring AM.
ATR-percelen mogen enkel geteeld worden op percelen die vrij zijn van AM.
Aangifte van percelen met gesneden uitgangsmateriaal is niet mogelijk.
Aangifte in wratziektepreventiegebieden is alleen mogelijk van rassen die aan de minimum resistentie-eisen voor wratziekte voldoen.
Een ATR-perceel moet liggen binnen een straal van 25 km vanaf het vestigingsadres. En de vervolg teelt wordt geteeld binnen een straal van 50 km vanaf het vestigingsadres van de teler.
1.5 Licentie gegevens
Indien de kweker of vertegenwoordiger heeft aangegeven welke producten niet bevoegd zijn om teeltmateriaal van zijn ras(sen) te laten keuren, zal de NAK het ter keuring aangeboden materiaal niet keuren en van bewijzen voorzien.
De gegevens van de aangiften voor ATR-teelt worden aan Plantum verstrekt.
2. Uitvoering veldkeuring
2.1 Algemeen
Voor aanvang van de keuring moet bij het perceel een bordje worden geplaatst met daarop de perceelaanduiding, voorzien van telernummer, perceelnummer en rasnaam. Op verzoek moet een schets van het bedrijf worden verstrekt, met daarop de ligging van de percelen.
Het gewas moet op alle onderdelen goed te beoordelen zijn.
Percelen volstaan met twee keuringen.
2.2 Splitsen van percelen
Splitsen van percelen is in het algemeen, en met name op grond van de gezondheidstoestand van het gewas, niet toegestaan. In geval van opslag en vermenging is het mogelijk om een perceel te splitsen. Na een splitsing moet de teler binnen drie dagen een scheiding aanbrengen.
2.3 Scheidingen
Alle percelen geldt het voorste en achterste gedeelte van beide grensrijen zijn vlak gemaakt, vrij van aardappelen met als richtlijn 3 meter. Dit geldt ook tussen het ATR-perceel en de consumptie- of fabrieksaardappelen.
Er is sprake van besmettingsgevaar als de gezondheidstoestand van een nabij gelegen perceel met betrekking tot virusziekten veel minder is dan die van het te keuren perceel. Als binnen 25 meter van een te keuren perceel een perceel ligt dat besmettingsgevaar oplevert, wordt het gehele te keuren perceel of ten minste een strook van 10 meter daarvan afgekeurd.
2.4 Uitslagen
Aan de producent, van wie de aangifte voor de veldkeuring is geaccepteerd, wordt bij de aanvang van de veldkeuring medegedeeld van de eigen gebruiksklasse en de resultaten van de keuringen. Na de laatste bezichtiging van het perceel wordt de uitslag aan de betrokken teler medegedeeld.
De keuringsresultaten worden dagelijks per e-mail aan telers verstrekt. Daarnaast zijn de uitslagen zichtbaar op MijnNAK.
3. Beoordeling en normstelling
3.1 Algemeen
Bij de keuring wordt geen rekening gehouden met handelingen van een teler, waardoor het gewas na de keuring nog zou kunnen worden verbeterd.
De toe te kennen klasse is afhankelijk van het resultaat van de beoordeling te velde.
Aardappelen worden beoordeeld op:
- Rasechtheid;
- Raszuiverheid;
- Plantenziekten, die met het ATR-pootgoed kunnen overgaan;
Ongelijkmatige percelen worden beoordeeld naar het minst goede gedeelte van het gehele perceel.
In de eerste keuring geldt een dubbele norm op virus. Op de overige aspecten worden de normen vanaf de eerste keuring toegepast.
Bij de beoordeling ten aanzien van het al of niet aangetast zijn van planten door een ziekte, kan gebruik worden gemaakt van voor deze ziekte als bruikbaar aangewezen diagnostische toetsen. De bevindingen van dat onderzoek kunnen medebepalend zijn voor de goedkeuring van de betrokken percelen.
3.2 Ziekten algemeen
Bij de beoordeling van de gezondheidstoestand wordt de mate van optreden van de volgende ziekten vastgesteld:
- Virusziekten (bladrol, mozaïek, stengelbont en aucubabont)
- Zwartbenigheid en stengelnatrot (Dickeya spp.; Pectobacterium spp.).
Voor de beoordeling van deze ziekten zijn de volgende toleranties van toepassing.
| B | |
|---|---|
| Mozaïek/bladrol | 1:50 2% |
| Stengelbont/aucubabont | — |
| Bacterieziekten (Dickeya spp.; Pectobacterium spp.) | 0,1% |
Ziekten die niet voorkomen in Nederland:
- Aardappelspoelknolviroïde (PSTVd)
- Candidatus Liberibacter solanacearum (Zebrachips)
- Candidatus Phytoplasma solani
Voor deze organismen geldt een nulnorm.
3.3 Beoordeling op mozaïekzieke planten
Bij de beoordeling van mozaïekzieke planten zijn symptomen het uitgangspunt en niet de virussen die de symptomen veroorzaken. De volgende definitie is hierbij van toepassing: Mozaïek (bont) is een verzamelbegrip voor symptomen van virusziekten, voornamelijk Y-, A- en X-virus en geeft kleurschakeringen in het blad. Deze zijn al dan niet scherp begrensd en/of een afwijkende habitus van de plant, incl. krinkel/stippelstreep
3.4 Keuringen op Erwinia (Dickeya spp. en Pectobacterium spp.)
De basis is van de keuring is de visuele beoordeling. Ter verificatie van zijn oordeel kan de keurmeester plantmateriaal bij diagnostisch onderzoek laten onderzoeken. Een herkeuring op Erwinia moet worden uitgevoerd onder omstandigheden die gunstig zijn voor symptoomexpressie, met inachtneming van een redelijk termijn. Als er onvoldoende zekerheid bestaat dat er sprake is van een aantasting door Erwinia, kan de keurmeester tijdelijk een algeheel selectieverbod voor maximaal een week opleggen, zo nodig meerdere malen.
3.5 Stengelaaltje
Percelen waarin gemiddeld meer dan 1% door stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) aangetaste planten (blad- of stengelaantasting) voorkomen, worden afgekeurd.
3.6 Selectie
Bij het selecteren moeten de zieke en afwijkende planten volledig (inclusief knollen) uit de grond worden gehaald. Ook gedeeltelijk aangetaste planten moeten volledig verwijderd worden. Indien blijkt dat op de kale plekken de planten wel volledig worden verwijderd, maar de knollen hierbij niet, worden deze kale plekken in het perceel beoordeeld als bacteriezieke planten.
3.7 Opslag en vermenging
Voor opslag en vermenging (raszuiverheid) gelden de volgende normen:
| Klasse | Opslag zelfde ras | Vermenging, inclusief opslag ander ras1) | |
|---|---|---|---|
| B | n.v.t. | 0,5% | 1:200 |
¹Mutanten worden als rasonzuivere planten beschouwd.
Een perceel dat is afgekeurd op vermenging kan na opschoning weer goedgekeurd worden.
3.8 Primair virusziek (‘bont’ en bladrol)
In ATR-pootgoed wordt primair gelijkgesteld aan secundair mozaïek (bont) en/of bladrol. Keuring vindt plaats volgens de daarvoor geldende normen.
4. Her- en extra keuring
4.1 Herkeuring
Een teler die het niet eens is met de uitslag van een veldkeuring kan een herkeuring aanvragen. Dit kan binnen 2 x 24 uur, een zondag niet inbegrepen, volgend op de dag waarop de uitslag van de keuring is ontvangen. Een herkeuring op het dood zijn van aardappelplanten moet binnen 6 uur worden aangevraagd, op vrijdag uiterlijk vóór 17.00 uur.
Een teler die een herkeuring aanvraagt, mag aan het betreffende gewas, het perceel niets veranderen of laten veranderen, of hebben veranderd of hebben laten veranderen, waardoor de herkeuring zou kunnen worden beïnvloed. Zijn handelingen verricht, dan wordt een aanvraag voor een herkeuring geweigerd of wordt de herkeuring beëindigd en blijft de genomen beslissing gehandhaafd.
Een herkeuring wordt uitgevoerd door twee personen. Zij mogen niet bij een eerdere keuring van het perceel betrokken zijn geweest. In het kader van een herkeuring is een aanvullende toets op Erwinia (Dickeya spp. en Pectobacterium spp.) mogelijk.
Hiervoor gelden de volgende bepalingen:
- De teler kan een aanvullende laboratoriumtoets alleen aanvragen als hij bij de herkeuring aanwezig is.
- Plantmateriaal waar discussie over is, wordt op verzoek van de teler door de herkeurders bemonsterd.
- Het plantmateriaal wordt getoetst op Dickeya spp. en Pectobacterium spp.. Als de toets geen besmetting aantoont, dan krijgt het perceel de klasse die het vóór de verlaging had.
- Als de toets het bacteriesymptoom bevestigt, dan is de visuele beoordeling bepalend voor de uitslag van de herkeuring.
4.2 Extra keuring
Een extra keuring is mogelijk als het geen knol overdraagbare ziekten betreft. De NAK voert de extra keuring als regel binnen een week na de datum van de aanvraag uit, tenzij de NAK een langere termijn heeft gesteld. De extra keuring geschiedt op het onderdeel, waarvoor de extra keuring is aangevraagd.