De bladluisdruk in 2026 laat een wisselend beeld zien. Volgens de NAK-bladluismonitor kwam de vectorendruk in de periode van week 22 tot en met week 30 uit op 62,17. Daarmee ligt 2026 op een vergelijkbaar niveau als 2023, met een waarde van 67,54. In 2024 lag de druk met 25,64 duidelijk lager.
Ook het verloop binnen het seizoen verschilde. In 2026 bleef de bladluisdruk aanvankelijk beperkt. Daarna liep de druk op tot een piek in week 29. Het moment waarop deze piek optreedt, is belangrijk. De timing van de vectorendruk hangt namelijk samen met het risico op virusoverdracht in de pootaardappelteelt.
De cijfers laten zien dat de bladluisdruk van jaar tot jaar sterk kan verschillen. Zo kende 2025 een uitzonderlijk hoge vectorendruk, vooral door een sterke piek in week 24 en week 25. Dit laat zien dat niet alleen de hoogte van de druk telt, maar ook het moment waarop deze optreedt.
Tussen regio’s en vangbakken bestaan grote verschillen. De landelijke cijfers geven daarom vooral een beeld van de algemene ontwikkeling. Voor een inschatting van het risico in een specifiek gebied zijn de regionale cijfers belangrijker dan het landelijke gemiddelde. Het blijft daarom belangrijk om de ontwikkeling van de bladluisdruk per regio gedurende het seizoen te monitoren.
De vectorendruk in 2026 past binnen de variatie van de afgelopen vier jaar. Omdat de ontwikkeling van de bladluisdruk per seizoen en regio verschilt, blijft monitoring gedurende het seizoen belangrijk voor het inschatten van het risico op virusoverdracht.
