Inhoudsopgave
Aanwijzing GV-01 Veldkeuring groenvoedergewassen 2026

De vaste commissie voor zaaizaden heeft de volgende aanwijzingen vastgesteld voor de veldkeuring van groenvoedergewassen.

De aanwijzingen zijn per hoofdstuk als volgt ingedeeld:

1 Aangifte

1.1 Aangifteformulieren

De aangifte voor de keuring moet geschieden op een daartoe beschikbaar gesteld formulier of digitaal volgens een door de NAK vastgesteld format.

Indien een aanvrager keuring van teeltmateriaal in een lagere categorie/generatie wenst, dan waarop hij op grond van het gebruikte uitgangsmateriaal recht zou hebben, moet dit bij de aangifte worden vermeld.

1.2 Aangiftedata

De aangifte voor de keuring moet uiterlijk op de onderstaande vermelde datum zijn ingediend:

Gewas Datum
Bladkool, meerjarige grassen, overjarige percelen Westerwolds raaigras 15 maart
Eénjarige percelen Westerwolds raaigras 20 mei
Witte klaver 15 juni
Rode klaver 1 juli
Overige gewassen 15 mei

Wanneer van een grasgewas alleen de 2e snede voor zaadwinning wordt gebruikt, kan op een later tijdstip aangifte worden gedaan voor de keuring. Deze aangifte kan plaatsvinden tot het moment dat het perceel naar het oordeel van de NAK op alle onderdelen nog goed keurbaar is. Dit is ook van toepassing op aangiftes voor de keuring van een tweede of elke volgende zaadoogst van een grasgewas in hetzelfde oogstjaar.

1.3 Generatiewisseling

Bij de aangifte van een perceel met een meerjarig gewas moet de teler melden welke behandelingen of bewerkingen daarop zijn uitgevoerd. Het perceel kan voor de keuring worden aangenomen indien de bestaande zode in leven is gebleven.

De NAK weigert de aangifte als de teler teeltmaatregelen heeft genomen die een generatiewisseling tot gevolg hebben gehad. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Behandeling/bewerking waardoor de oorspronkelijke zode vrijwel totaal is vernietigd/gedood
  • Hergroei die geheel uit zaaduitval of opslag vanuit het perceel is voortgekomen.

Bij twijfel moet de keurmeester zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de eerste keuring, beoordelen of de opgegeven generatie nog overeenstemt met die van het groeiend gewas.

Bij verjonging van percelen (bijvoorbeeld van veldbeemdgras of zwenkgrassen), waarbij de bestaande zode intact blijft, is geen sprake van generatiewisseling.

1.4 Overjarig Westerwolds raaigras

Overjarige percelen Westerwolds raaigras kunnen voor de keuring worden aangegeven. Voorwaarde is dat de bestaande zode intact is gebleven. Als controle daarop moet het perceel tijdig worden beoordeeld op eventuele uitwintering van planten en hergroei uit zaadval. Overjarige percelen van landrassen komen niet in aanmerking voor aangifte. Deze rassen hebben een hoog percentage natuurlijke éénjarige planten wat in alle gevallen tot een verschuiving binnen het ras leidt.

1.5 Teeltmateriaal van buitenlandse herkomst

Teeltmateriaal van buitenlandse herkomst wordt geaccepteerd als het volgens het EU-systeem of OESO-systeem is gekeurd en gecertificeerd. Wel moet van elke partij een monster in de nacontrole worden opgenomen, tenzij kan worden aangetoond dat een nacontrole in het land van herkomst is uitgevoerd.

Buitenlandse rassen worden voor de keuring aangenomen, indien de NAK beschikt over een officiële rasbeschrijving en een officieel standaardmonster. Bij rassen die niet in de EU zijn toegelaten, kan het zaad alleen voor uitvoer naar niet-EU-landen worden gecertificeerd.

1.6 Rassen in onderzoek

Een ras in onderzoek kan voor de keuring worden aangenomen indien:

  • Het officieel in onderzoek is in Nederland of in een andere EU-lidstaat
  • De kweker/vertegenwoordiger het ras bij de NAK heeft aangemeld voor de productie van beproevingsmateriaal en/of vermeerderingsmateriaal
  • De kweker/vertegenwoordiger een voorlopige rasbeschrijving en een deel van het registratiemonster aan de NAK verstrekt
  • In geval van beproevingsmateriaal (oranje label of geel label) moet de kweker/vertegenwoordiger voor elk ras in onderzoek een NAK-autorisatie voor keuring en certificering hebben.

1.7 Maximaal te keuren generatie

Prebasis- en basiszaad

Bij aangifte voor keuring als prebasiszaad moet zijn uitgegaan van kwekerszaad. Bij aangifte tot PB-2 (prebasiszaad-2) moet zijn uitgegaan van PB-1 (prebasiszaad-1). Bij de aangifte tot PB-1 moet het voorcontrolenummer worden vermeld, zodat de herkomst kan worden gecontroleerd. Bij de aangifte voor keuring tot basiszaad moet zijn uitgegaan van prebasiszaad van EU-herkomst of van kwekerszaad.

Van percelen grassen en klavers, die bestemd zijn voor vermeerdering tot prebasiszaad of basiszaad, kan slechts de eerste zaadoogst in een bepaald jaar voor goedkeuring als prebasiszaad of basiszaad in aanmerking komen. Een eventueel volgende zaadoogst in hetzelfde oogstjaar kan ten hoogste als gecertificeerd zaad worden goedgekeurd.

Gecertificeerd zaad

Bij de aangifte voor keuring als gecertificeerd zaad moet zijn uitgegaan van basiszaad. Ook mag worden uitgegaan van goedgekeurd prebasiszaad; voorwaarde is dat het kwekerszaad waaruit het prebasiszaad is gegroeid, aan de eisen van de voorcontrole voldeed.

Handelszaad

Percelen die niet aan de norm voor gecertificeerd zaad voldoen, kunnen als handelszaad worden gekeurd. Het te oogsten zaad mag alleen als handelszaad binnen de EU worden afgezet, indien het een soort betreft waarvan handelszaad in het EG-verkeer is toegelaten. Voor alle andere soorten kan handelszaad alleen buiten de EU worden afgeleverd.

Rassen die van de Rassenlijst zijn afgevoerd

Nadat een ras is afgevoerd, kan het nog tot en met 30 juni van het derde jaar na het einde van de toelating voor keuring worden aangenomen.

1.8 Perceelsbordjes

De teler moet vóór het begin van de keuring bij het perceel een bordje plaatsen met daarop de perceelaanduiding. Het bordje moet zo worden geplaatst dat het ook in een volledig uitgegroeid gewas goed zichtbaar is.

2 Voor- en nacontrole

2.1 Voorcontrole

De voorcontrole wordt uitgevoerd aan partijen stamzaad of kwekerszaad van rassen die:

  • Op de Rassenlijst van Nederland, de EU of een andere lidstaat zijn geplaatst
  • In Nederland of een ander land in onderzoek zijn voor inschrijving in het Rassenregister en/of plaatsing op de Rassenlijst
  • Om andere redenen tot de keuring zijn toegelaten.

De resultaten van de voorcontrole zijn maatgevend voor de maximaal bij de veldkeuring toe te kennen generatie. De monsters worden uitgezaaid op het centraal controleveld van de NAK en beoordeeld op rasechtheid en raszuiverheid. Aanleg, beoordeling en normstelling zijn als volgt geregeld.

Grassen

Van elk monster worden drie veldjes aangelegd van ieder 20 afzonderlijke planten met daarnaast 20 planten van het standaardmonster (uitgezonderd Westerwolds raaigras). Worden van een ras meerdere partijen voor vermeerdering tot prebasiszaad gebruikt, dan wordt van elke partij een monster genomen. Van elk voorcontrolemonster wordt ook een veldje van 5 m² in de nacontrole aangelegd. Voorcontrolemonsters moeten dezelfde partijaanduiding hebben als het stamzaad of kwekerszaad dat wordt gebruikt voor vermeerdering tot prebasiszaad.

De veldjes worden beoordeeld op de kenmerken lengte, kleur en vorm. Daarnaast wordt van elke plant de doorschietdatum vastgelegd met uitzondering van Westerwolds raaigras. Bij veldbeemd worden in geval van twijfel ook de kleine kenmerken beoordeeld; deze staan genoemd in bijlage J.

Bij rassen in onderzoek en nieuwe rassen is in veel gevallen sprake van één oorspronkelijk kwekerspartij waaruit ook het registratiemonster (standaardmonster) afkomstig is. In die gevallen wordt het voorcontrolemonster genomen uit de eerste geoogste partij prebasiszaad.

Eisen voorcontrole

Indien per veldje van afzonderlijke planten niet meer dan 4 rasafwijkende planten worden gevonden, dan komt het uitgangsmateriaal in aanmerking voor goedkeuring als prebasis- of basiszaad.

Ten aanzien van de mediane schietdatum gelden de volgende eisen:

  • Maximaal 1,5 dag vroeger dan de standaard; hierbij wordt 1-1,5 dag vroeger beoordeeld als kantgeval. Hieraan zijn geen voorwaarden verbonden (signaalfunctie).
  • Maximaal 3 dagen later dan de standaard; hierbij wordt 2-3 dagen later als kantgeval beoordeeld. Hieraan zijn geen voorwaarden verbonden (signaalfunctie).

Bij overschrijding van deze eisen komt de partij niet in aanmerking voor goedkeuring als prebasiszaad. Goedkeuring als basiszaad is mogelijk als bij de beoordeling van de het controleveldje van 5 m2 in de nacontrole geen afwijkingen zijn vastgesteld.

Overige gewassen

Van de andere gewassen wordt per monster een veldje van 10 m² uitgezaaid. Ter controle op de rasechtheid en de raszuiverheid wordt daarnaast een veldje van 10 m² van het standaardmonster aangelegd. De veldjes worden beoordeeld op de hoofdkenmerken lengte, kleur en vorm. Daarnaast wordt gelet op planten die duidelijk vroeger zijn.

2.2 Plombering kwekerszaad

Op verzoek van de kweker kan de NAK partijen kwekerszaad, die aan de eisen van de voorcontrole voldoen, plomberen. Onder het NAK-plombe komt een speciaal voorcontrolelabel met daarop de volgende gegevens:

  • Soortnaam
  • Rasnaam
  • Nummer voorcontrole.

2.3 Nacontrole

Van alle in Nederland geproduceerde en goedgekeurde partijen prebasis- en basiszaad legt de NAK een nacontrole aan. De resultaten worden gebruikt ter ondersteuning van de veldkeuring. In Nederland geproduceerde partijen gecertificeerd zaad worden steekproefsgewijs (10%) nagecontroleerd. In dit geval is de nacontrole bedoeld als systeemcontrole op de veldkeuring en de certificering. Van buitenlandse partijen bestemd voor verdere vermeerdering wordt ook een nacontrole aangelegd, tenzij kan worden aangetoond met een buitenlandse verklaring, dat de partij is of wordt nagecontroleerd in het land van productie. De nacontroleveldjes worden uitgezaaid naast het standaardmonster van het ras en beoordeeld op rasechtheid, raszuiverheid en vermenging met andere planten. De veldjesgrootte is 5 m2 voor de grassen en klavers en 10 m2 voor de overige gewassen.

Voor de beoordeling op de rasechtheid wordt het veldje visueel vergeleken met het standaardmonster van het ras. Dit gebeurt aan de hand van de kenmerken vroegheid, lengte, kleur en vorm van het totale veldje. Is een monster prebasis- of basiszaad niet rasecht, dan worden de corresponderende nateelten afgekeurd. Is een monster onvoldoende stabiel, dan wordt na overleg met de kweker van het ras de nateelt afgekeurd of maximaal goedgekeurd als gecertificeerd zaad.

Bij de beoordeling op de raszuiverheid wordt gekeken naar planten die duidelijk afwijken van het gemiddelde van het ras. De raszuiverheid wordt bepaald aan de hand van de kenmerken vroegheid, lengte, kleur en vorm.

3 Veldkeuring

3.1 Algemeen

Bij de veldkeuring worden de volgende onderdelen beoordeeld:

  • Rasechtheid
  • Raszuiverheid
  • Onkruiden/vermengingen die moeilijk uitschoonbaar zijn
  • Isolatie-afstanden bij kruisbestuivende gewassen
  • Plantenziekten die met het zaaizaad overgaan.

Bij het vastleggen van het resultaat van de keuring wordt uitgegaan van de waargenomen aantallen afwijkende planten, zieke planten en vermengingen. Het perceel moet keurbaar zijn. Percelen met zware bezetting aan opslagplanten of percelen met veel onkruid zodanig dat geen goede beoordeling en/of tellingen mogelijk zijn, kunnen worden afgekeurd.

3.2 Aantal keuringen

De voor keuring aangegeven percelen moeten tenminste het hieronder aangegeven aantal malen zijn beoordeeld:

Soort en categorie Aantal keuringen
Grassen:  Beemdlangbloem, kropaar, timothee, struisgras, Italiaans, Westerwolds raaigras, Gekruist raaigras en Festulolium 1x
Overige grassen: Prebasis- en basiszaad 2x
Overige grassen: Gecertificeerd zaad 1x
Bieten: Stekmateriaal 1x
Bieten: Zaadgewassen 2x
Klavers en lupine 2x
Overige gewassen 1x

3.3 Extra keuring

Bij degradatie of afkeuring wegens raszuiverheid, belending, of vermengingen kan de kweker of vertegenwoordiger extra keuring aanvragen. De aanvraag moet binnen 2 x 24 uur (niet-werkdagen niet meegerekend) na afgifte van de uitslag worden ingediend. In geval van raszuiverheid en belending moet de extra keuring voor de bloei kunnen worden uitgevoerd.

3.4 Splitsing percelen

Splitsing van percelen is toegestaan tenzij het plantenziekten betreft. Splitsing wordt direct in overleg met de keurmeester geregeld met als voorwaarden dat:

  • Het perceel een aaneengesloten geheel blijft
  • De teler binnen drie dagen een duidelijke markering aanbrengt. Elk gedeelte wordt hierna afzonderlijk gekeurd.

3.5 Isolatie-afstanden

Om mechanische vermenging te voorkomen, moet tussen percelen met twee verschillende rassen en soorten een scheiding van tenminste 50 cm worden aangehouden. Voor scheiding tussen percelen van hetzelfde ras geldt dit niet, als het perceel met een duidelijk zichtbare scheiding is gemarkeerd.

Om kruisbestuiving te voorkomen gelden de volgende isolatie-afstanden:

Gewas Prebasis- en basiszaad Gecertificeerd zaad
Grassen (incl. meerklonige veld-beemdrassen), klavers en lupinen:
  •    Percelen tot 2 ha
200 m 100 m
  •    Percelen > 2 ha
100 m 50 m
Bladkool 200 m 100 m
Mosterd, bladrammenas, stoppel-knollen, facelia, mergkool, duizend-koppige kool en voederwortelen 400 m 200 m
Bieten 1.000 m 600 m

Bij gecertificeerd zaad van grassen, klavers en lupinen mogen de isolatie-afstanden worden gehalveerd indien er een strook bos van voldoende breedte en dichtheid tussen de percelen aanwezig is.

De minimumafstanden hoeven niet in acht te worden genomen wanneer er naar het oordeel van de NAK voldoende bescherming tegen ongewenste kruisbestuiving aanwezig is.

Bij belending van rassen met verschillende ploïdie bestaat geen gevaar voor kruisbestuiving.

3.6 Voorziening prebasis- en basiszaad

Door afkeuring, degradatie of anderszins van een perceel/partij in Nederland kan het areaal prebasis- en basiszaad zodanig teruglopen dat de zaaizaadvoorziening van een ras in gevaar komt. Om dit op te vangen kan de kweker of zijn vertegenwoordiger een schriftelijk verzoek tot promotie indienen om de verloren gegane percelen/partijen te vervangen.

De NAK verifieert of het verzoek aan de voorwaarden voor promotie voldoet, te weten:

  • De voorgedragen percelen/partijen voldoen aan de eisen van de generatie die na de promotie wordt toegekend
  • Het voorgedragen areaal c.q. de hoeveelheid komt in principe overeen met het verloren gegane areaal c.q. de verloren gegane hoeveelheid
  • Het uitgangsmateriaal van de betreffende percelen/partijen is niet eerder gepromoveerd
  • Er wordt maximaal één generatie opgewaardeerd
  • Het perceel is nog op alle onderdelen keurbaar
  • Te promoveren percelen CZ, die door erkende keurmeesters zijn gekeurd, worden minimaal één keer door de NAK gekeurd, tenzij de erkende keurmeesters ook PB en BZ keuren in het kader van erkenning voor PB/BZ (experiment EU).

3.7 Veldkeuring grassen

3.7.1 Tijdstip keuringen

a) Prebasiszaad en basiszaad (m.u.v. beemdlangbloem, kropaar, timothee, struisgras, Italiaans, Gekruist raaigras en Westerwolds raaigras)

De eerste keuring wordt vroeg in het vegetatieve stadium uitgevoerd, in de periode vlak voor het begin van de halmstrekking. Bij vroeg in het seizoen bloeiende soorten en rassen mogen in het perceel op beperkte schaal aren voorkomen. Bij de eerste keuring wordt met name gelet op:

  • De vegetatieve kenmerken habitus, lengte, kleur en vorm van de plant
  • Te vroeg doorschietende planten
  • Onkruiden en vermengingen
  • Isolatie-afstanden/scheiding.

Bij de eerste keuring wordt het perceel in een voorlopige categorie geplaatst.

De tweede keuring wordt uitgevoerd vanaf het stadium dat het gewas grotendeels is uitgeaard tot aan het begin van de bloei.

Bij de tweede keuring wordt gelet op:

  • De kenmerken lengte, kleur en vorm van de plant
  • Te vroeg bloeiende planten
  • Onkruiden en vermengingen
  • Isolatie-afstanden/scheiding.

Het perceel wordt na de 2e keuring in een definitieve categorie geplaatst.

b) Gecertificeerd zaad + Prebasis- en basiszaad van beemdlangbloem, kropaar, timothee, struisgras, Italiaans, Gekruist raaigras en Westerwolds raaigras

Hiervoor geldt een eenmalige keuring die in de periode dat het gewas gedeeltelijk is doorgeschoten tot aan de bloei wordt uitgevoerd.

Daarbij wordt gelet op:

  • De kenmerken habitus, lengte, kleur en vorm van de plant
  • Te vroeg bloeiende planten
  • Onkruiden en vermengingen
  • Isolatie-afstanden/scheiding.

3.7.2 Beoordeling rasechtheid

Voor de beoordeling op de rasechtheid vormen de ingeleverde herkomstbewijzen en de officiële rasbeschrijving de basis.

In geval van twijfel moet een vergelijking worden gemaakt met:

  • De resultaten van de voor- en nacontrole
  • Percelen ingezaaid met dezelfde en andere herkomsten
  • Rassen die qua doorschietdatum als referentie kunnen dienen.

De raskenmerken zijn in de kennisbank per soort schematisch weergegeven:

  • Engels raaigras : bijlage B
  • Italiaans raaigras/gekruist raaigras : bijlage C
  • Westerwolds raaigras : bijlage D
  • Rietzwenkgras : bijlage E
  • Beemdlangbloem : bijlage F
  • Gewoon en wit struisgras : bijlage G
  • Timothee en kleine timothee : bijlage H
  • Kropaar : bijlage I
  • Veldbeemdgras : bijlage J
  • Roodzwenkgras : bijlage K
  • Schapegras/Hardzwenkgras : bijlage L
  • Bosbeemdgras en Festulolium : bijlage M

Voor beoordeling op vroegheid wordt verwezen naar bijlage B waarin de mediane schietdata staan vermeld. De mediane schietdatum is de datum waarop bij de helft van de planten tenminste 3 aarpunten zichtbaar zijn.

De doorschietdata zijn vastgesteld in Emmeloord. Dit houdt in dat rassen in het zuiden ongeveer een week vroeger doorschieten en in het noorden een week later dan de data genoemd in bijlage B. Voor een goede beoordeling op vroegheid moet in geval van twijfel gebruik worden gemaakt van referentierassen. Indien er twijfel over de rasechtheid bestaat moet contact worden opgenomen met de senior vakspecialist. Als een perceel niet rasecht is, volgt afkeuring.

3.7.3 Keuring raszuiverheid kruisbestuivers

Alle grassen, met uitzondering van veldbeemdgras, worden als kruisbestuivers gekeurd.

Bij de beoordeling op raszuiverheid moet eerst een algemeen beeld van het ras worden verkregen. Afwijkende planten worden gekenmerkt door een dusdanig verschil met de normale planten dat hierop selectie mogelijk is.

Bij de beoordeling op raszuiverheid wordt gelet op planten die duidelijk van het ras afwijken op lengte, kleur en/of vorm. Ook planten die gevaar opleveren voor ongewenste kruisbestuiving moeten als rasafwijkers worden aangerekend.

Voorbeelden van duidelijk rasafwijkende planten (ongeacht ploïdie) zijn:

  • Planten genaald raaigras in Engels raaigras
  • Ongenaald raaigras in Italiaans en Westerwolds raaigras
  • Duidelijk te vroege planten die vaak ook qua habitus afwijken zoals een (vroeg) hooitype in een weidetype of grasveldtype
  • Uitlopervormend roodzwenkgras in gewoon roodzwenkgras
  • Afwijkende halmlengte
  • Afwijkende pluimkleur bij veldbeemd en struisgrassen.

Overgangsvormen van lichte genaaldheid of andere afwijkingen op microkenmerken worden niet als afwijkers geteld. Wel moet dit op het keuringsrapport worden vermeld als informatie aan de kweker. De beoordeling van uitlopervormende planten in gewoon roodzwenkgras vindt plaats aan de hand van duidelijk rasafwijkende planten. Ter bevestiging kan, indien nodig, de uitlopervorming worden vastgesteld door planten uit te graven om de uitlopers daadwerkelijk aan te tonen.

Bij gekruist raaigras zijn de meeste rassen qua lengte, kleur en vorm vrij heterogeen. Voor een goede beoordeling is het van belang te weten of het ras tot het Italiaans of Engels raaigrastype behoort. Het kenmerk genaaldheid is bij gekruist raaigras niet toepasbaar.

De normen voor raszuiverheid zijn:

Categorie Max. aantal duidelijke afwijkers
Prebasiszaad 0
Basiszaad 10 per ha
Gecertificeerd zaad 10 per are

Afwijkende planten en planten die gevaar opleveren voor ongewenste kruisbestuiving moeten voor de bloei worden verwijderd. Bij twijfel of aan de norm voor raszuiverheid wordt voldaan, moet een aantal tellingen worden uitgevoerd. Bij basiszaad wordt 2 maal een strook van 10 m breed en 100 m lang (10 are) nauwkeurig beoordeeld. Per strook van 10 are mag niet meer dan 1 duidelijk rasafwijkende plant voorkomen. Bij gecertificeerd zaad wordt 3 keer een oppervlakte van 100 m2 van 10 bij 10 m beoordeeld. Worden gemiddeld meer dan 10 duidelijke afwijkers gevonden, dan wordt het perceel afgekeurd.

Indien de afwijkers in verschillende mate in het perceel voorkomen, dan moet de keuring op basis van het slechtste deel plaatsvinden of moet het perceel worden gesplitst.

3.7.4 Keuring raszuiverheid veldbeemdgras

Gelet wordt op de kenmerken lengte, kleur en vorm van zowel de plant als de pluim. De eerste keuring van PB en BZ richt zich met name op de vegetatieve kenmerken als kleur en habitus van de plant. De tweede keuring van PB en BZ en de eenmalige keuring van CZ vinden plaats in de periode vanaf het moment van doorschieten tot aan het einde van de bloei.

De normen voor raszuiverheid zijn:

Categorie Max. aantal afwijkers
Prebasis- en basiszaad 5 per are
Gecertificeerd zaad 60 per are

Bij de beoordeling op raszuiverheid wordt als één plant gerekend:

  • Een aantal dicht bij elkaar staande pluimen, kennelijk afkomstig van een plant
  • Staan de halmen verder uit elkaar en meer verspreid, dan wordt een oppervlakte van max. 1/4 m2 als een plant gerekend.

Ligt de raszuiverheid rond de norm, dan moet op minimaal 3 willekeurige plaatsen een strook van 100 m2 van 10 bij 10 m worden geteld. Overschrijdt het gemiddeld aantal afwijkers de norm, dan wordt het perceel verlaagd of afgekeurd.

Indien de afwijkers in verschillende mate in het perceel voorkomen, dan moet de keuring op basis van het slechtste deel plaatsvinden of moet het perceel worden gesplitst.

3.7.5 Keuring op onkruiden en vermengingen

a) Wilde haver, onkruiden en vermengingen

De mate van voorkomen van wilde haver, onkruiden en vermengingen wordt op het veldkeuringsrapport vermeld. Hiervoor worden de codes gebruikt die onder punt 3.7.7 staan genoemd. Bij rietzwenkgras wordt met name gelet op planten van raaigrassen; deze zitten vaak onder in het gewas en zijn daardoor slecht zichtbaar.

b) Duist en Waardering I

Raaigrassen en rietzwenkgras bestemd voor groenbemesting kunnen met de aanduiding Waardering I worden gecertificeerd. Daarvoor moeten ze op monster vrij zijn van kweek en duist of te velde vrij van duist. Wordt bij de veldkeuring duist aangetroffen, dan moet dit op het rapport worden vermeld.

c) Roodzwenk, hardzwenk en fijnbladig schapengras

Bij de keuring van deze drie soorten moet worden gelet op het voorkomen van planten van de twee andere soorten. Op het zaad zijn de drie soorten n.l. niet van elkaar te onderscheiden. Voor goedkeuring gelden de volgende normen wat betreft planten van de andere twee soorten:

Categorie Max. aantal planten andere soort
Prebasiszaad 0
Basiszaad 10 per ha
Gecertificeerd zaad 15 per are
d) Opschonen sloot- en walkanten

De teler moet de sloot- en walkanten en begroeide scheidingen met andere percelen vrijhouden van bloeiende grassen en onkruiden die gevaar opleveren voor kruisbestuiving of vermenging.

3.7.6 Isolatie-afstanden en belending

Voor de belending van grassen gelden verder de volgende voorschriften:

a) Buurpercelen graszaad

Indien niet aan de isolatie-afstanden wordt voldaan, kan het perceel worden gesplitst. Bij PB en BZ zullen de afgesplitste, aan elkaar grenzende gedeelten moeten voldoen aan de afstandseisen van de generatie CZ om als CZ te kunnen worden (goed)gekeurd. Bij CZ worden de afgesplitste delen gemaaid of maximaal als handelszaad geaccepteerd.

b) Belending bermen, weiden, slootkanten enz.
Prebasis- en basiszaad

Bij bermen, weiden, slootkanten, weilanden enz. die binnen de voorgeschreven isolatie-afstanden liggen, kunnen zich twee situaties voordoen:

  • De bermen, weiden, slootkanten, weilanden enz. bestaan vrijwel volledig uit planten die gevaar opleveren voor kruisbestuiving. In dit geval wordt het perceel afgekeurd of gesplitst.
  • Het aantal planten met gevaar voor kruisbestuiving is beperkt. Het perceel kan worden goedgekeurd indien het aantal planten in de berm, slootkant enz. niet meer is dan:
    • Prebasiszaad: 10 per ha
    • Basiszaad: 1 per are.
Gecertificeerd zaad
  • Bermen, slootkanten, akkerranden, weilanden, dijken e.d. die niet breder zijn dan 6 m: max. 800 stengels/m2 van planten die gevaar opleveren voor kruisbestuiving.
  • Bermen, slootkanten, akkerranden, weilanden, dijken e.d. breder dan 6 m: max. 400 stengels/m2 van planten die gevaar opleveren voor kruisbestuiving. Voor belending met 2e snede percelen (intensief beweide/gemaaide percelen): max. 800 stengels per m2.

De normen gelden ook voor opslag van grassen in granen e.d. voor zover ze gevaar voor kruisbestuiving opleveren. Alleen in geval van twijfel wordt het aantal stengels op minimaal drie verschillende plaatsen geteld (op een oppervlakte van elk 25 x 20 cm = 1/20 m2). Het gemiddelde van de tellingen bepaalt of aan de gestelde norm wordt voldaan.

3.7.7 Toekenning codes

Op het veldkeuringsrapport worden de volgende codes gebruikt:

Code Betekenis Bij welke onderdelen
1 Afkeuring of degradatie
  • Rasechtheid
  • Isolatie-afstand
  • Onvoldoende scheiding
2 Komt veel voor Wilde haver, onkruiden en vermenging (bijv. duist, kweek)
3 Komt meer dan sporadisch voor Wilde haver, onkruiden en vermenging (bijv. duist, kweek)
4 Komt sporadisch voor Wilde haver, onkruiden en vermengingen (bijv. kweek, duist, etc.)

Voor de onderdelen raszuiverheid, genaald in ongenaald raaigras (en omgekeerd) en roodzwenk in hardzwenk/fijnbladig schapegras (en andersom) worden de aantallen (afwijkende) planten per ha of per 100 m2 op het veldkeuringsrapport vermeld.

Bij degradatie of afkeuring wordt de voornaamste reden daarvoor op het veldkeuringsrapport vermeld. Dit geldt ook voor de eerste keuring. Indien bij de tweede keuring de reden voor degradatie of afkeuring niet is verholpen, moet de betreffende code voor dat onderdeel worden herhaald. Afgekeurde partijen komen alleen in aanmerking voor certificering onder soortnaam.

3.8 Veldkeuring bladkool, bladmosterd, gele mosterd, raapzaad en stoppelknollen

Bij deze gewassen worden alle categorieën minimaal één keer gekeurd. De eenmalige keuring vindt tijdens de bloei plaats en richt zich op:

  • Bladvorm (heel- of gedeeldbladig; betanding)
  • Bladgrootte
  • Bladkleur
  • Plantvorm
  • Vroegheid
  • Lengte plant
  • Bloemkleur
  • Bloemgrootte
  • Isolatie-afstanden
  • Vermenging met andere Brassica’s. (norm: niet meer dan 3 per 200 m2)

In geval van twijfel wordt bij stoppelknollen aanvullend de knolkleur en de knolvorm beoordeeld. Verder wordt bij stoppelknollen de rasechtheid beoordeeld aan de hand van de knolvorm en de knolkleur.

Indien opzuivering nodig is, moet deze voor de bloei worden uitgevoerd. Voor raszuiverheid geldt de normstelling als omschreven in 3.7.3.

De raskenmerken zijn in de kennisbank O t/m Q per soort schematisch weergegeven.

  • Bladkool : bijlage O
  • Gele mosterd : bijlage P
  • Stoppelknollen : bijlage Q

3.9 Veldkeuring bladrammenas

Bladrammenas wordt één keer gekeurd. De keuring vindt plaats tijdens de volle bloei. Bij de keuringen wordt gelet op:

  • Vroegheid (tijdstip bloei)
  • Bladvorm
  • Bladkleur
  • Lengte plant
  • Bloemkleur (sprake van jaarvariatie in verhouding bloemkleur; zie bijlage R)
  • Bloemgrootte
  • Isolatie-afstanden
  • Vermenging met Brassica’s (norm: niet meer dan 3 per 200 m2)

In geval van twijfel wordt aanvullend de knolkleur beoordeeld. Indien opzuivering nodig is, moet deze voor de bloei worden uitgevoerd. Voor raszuiverheid geldt de normstelling als omschreven in 3.7.3.

De raskenmerken zijn in bijlage R weergegeven.

3.10 Veldkeuring klavers

Voor raszuiverheid geldt de normstelling als omschreven in 3.7.3.

De eerste keuring vindt plaats in het vegetatieve stadium waarbij met name wordt gelet op:

  • Bladgrootte
  • Bladkleur
  • Plantvorm
  • Bladbestippeling
  • Isolatie-afstanden.

Bij de tweede keuring, die tijdens de bloei plaatsvindt, wordt gelet op:

  • Vroegheid
  • Bloemkleur
  • Grootte bloemhoofdjes
  • Isolatie-afstanden.

Indien in een perceel klaver bremraap (Orobanche) wordt aangetroffen, wordt het perceel afgekeurd.

3.11 Veldkeuring lupinen

Lupinen worden gekeurd in de categorieën prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad 1e en 2e vermeerdering.

De eerste keuring vindt plaats in het vegetatieve stadium waarbij met name wordt gelet op:

  • Bladkleur
  • Bladvorm
  • Plantvorm
  • Isolatie-afstanden.

Bij de tweede keuring, die tijdens de bloei plaatsvindt, wordt gelet op:

  • Lengte plant
  • Vroegheid
  • Bloemkleur
  • Isolatie-afstanden.

Voor isolatie gelden de afstanden zoals genoemd onder punt 3.5. Meerjarige lupinen, die voor groenbemesting in jonge bosaanplanten worden gebruikt, leveren geen gevaar voor kruisbestuiving.

Voor aantasting door mozaïek gelden tot 1 augustus de volgende normen:

Categorie Max. % zieke planten
Prebasiszaad 1
Basiszaad 2
Gecertificeerd zaad 5

Bij aantasting na 1 augustus is het gevaar van overgang met het zaad gering en gelden daarom geen normen. Aantasting door fusarium kan onder ‘opmerkingen’ worden vermeld. Bij zeer ernstige aantasting wordt het perceel afgekeurd; bij mindere aantasting wordt voorwaardelijk goedgekeurd. Voorwaardelijk goedgekeurde percelen kunnen worden goedgekeurd als het zaad vóór de certificering wordt ontsmet. Voor een goede beoordeling op fusariumaantasting moet het perceel tegen het afrijpen worden gekeurd.

4 Veldkeuring bieten

4.1 Aangifte

Bij de aangifte van hybride rassen en/of de afzonderlijke lijnen moet de kweker de volgende gegevens verstrekken:

  • Te keuren categorie (prebasiszaad, basiszaad of gecertificeerd zaad)
  • Rasnaam of in geval van lijnen het type: ‘moederlijn’ (ms-lijn), ‘vaderlijn’ of ‘O-type’
  • Het interne identificatienummer of, in geval van teelt uit een al gecertificeerde partij, het partijnummer
  • Teeltwijze (rijen- of mengteelt, vrij veld of onder beschermde omstandigheden) van de rascom-ponenten
  • De opbouw van het ras waarvoor de aan te geven componenten worden gebruikt
  • Ploïdie en kiemigheid: eenkiemig (monogerm) of meerkiemig (multigerm).

4.2 Veldkeuring

In het algemeen kan bij bieten met één keuring tijdens de bloeiperiode worden volstaan. Daarbij wordt gelet op:

  • Raszuiverheid
  • Isolatie-afstanden
  • Doorgeschoten opslagplanten
  • Mannelijk steriliteit bij moederlijnen (ms-lijnen)
  • Bloemkluwens op de hoofdas bij monogerme lijnen of rassen.

Indien opslag voorkomt wordt door middel van een tweede keuring vastgesteld of de selectie daarop voldoende en tijdig is uitgevoerd.

De voorgeschreven minimumafstanden behoeven niet in acht te worden genomen wanneer de teelt plaatsvindt in kassen.

4.3 Onderzoek op rhizomanie bij stekbieten

Bedrijven waarvan stekbieten bestemd zijn voor export naar Ierland, Denemarken, Finland, Zweden, Bretagne en de Azoren moeten vrij zijn bevonden van de ziekte rhizomanie. Bij de veldkeuring van stekbieten moet worden gelet op symptomen van rhizomanie. Verder moet voor de afzet naar de bovengenoemde landen een monster van de stekbieten in het laboratorium worden onderzocht op de aanwezigheid van rhizomanie. Als voldaan is aan de eis “vrij van rhizomanie” wordt op het plantenpaspoort de code PZ BNYVVO vermeld. De kweekbedrijven moeten de percelen opgeven voor keuring en onderzoek op rhizomanie. Toelichting: stekbieten zijn plantenpaspoortplichtig. Tijdens de veldkeuring moet worden gelet op symptomen van het Beet leaf curl virus.

5 Keuring overige grassen

5.1 Algemeen

Ten behoeve van OESO-certificering kan de NAK op verzoek van een bedrijf de volgende gewassen te velde keuren:

  • Fakkelgras (Koeleria macrantha)
  • Plathalmbeemdgras (Poa compressa)
  • Rietgras (Phalaris arundinacae)
  • Ruwe smele (Deschampsia caespitosa)
  • Zachte witbol (Holcus lanatus)
  • Teff (Eragrostis tef)
  • Kamgras (Cynosurus cristatus)

Aangifte en veldkeuring worden uitgevoerd overeenkomstig de regels en voorschriften voor groenvoedergewassen, zoals vastgelegd in het keuringsreglement en de aanwijzingen van de NAK voor zover van toepassing. De gewassen worden gekeurd in de categorieën prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad.

Voor het aantal en tijdstip van de keuringen gelden de voorschriften van punt 3.2 en 3.7.1 van deze aanwijzing.

5.2 Veldkeuring

Bij de veldkeuring wordt gelet op:

  • Rasechtheid
  • Raszuiverheid
  • Isolatie-afstanden
  • Onkruiden en vermenging.

Kamgras, rietgras, ruwe smele en zachte witbol worden als kruisbestuivers gekeurd. Bij de keuring op raszuiverheid en isolatie-afstanden worden de voorschriften en normen gehanteerd, zoals genoemd onder punt 3.7.3 respectievelijk punt 3.7.6. Plathalmbeemdgras is een apomict. De keuring op raszuiverheid wordt op dezelfde wijze uitgevoerd als bij veldbeemdgras (punt 3.7.4). De raskenmerken van ruwe smele staan in bijlage N.

Dr. N. Rietbroek,
Secretaris vaste commissies
pootaardappelen en zaaizaden

Gerelateerde berichten

GV-03 Kennisbijlage mengselcertificering
Kennisbijlage – Keuringsplichtige soorten en certificering van mengsels van groenvoedergewassen Bij ...
Aanwijzing ZG-01 Veldkeuring van granen, peulvruchten en fijne zaden 2026
1. Aangifte 1.1 Aangifteformulieren De aangifte voor de keuring moet geschieden op een daartoe besch...
Proces zaaizaadonderzoek (video)
Bekijk de video over het proces van zaaizaadonderzoek

Openingstijden feestdagen

Nieuwjaarsdag
Gesloten
Goede Vrijdag
Gesloten
1e paasdag
Gesloten
2e Paasdag
Gesloten
Koningsdag
Gesloten
Bevrijdingsdag
Gesloten
Hemelvaartsdag
Gesloten
1e pinksterdag
Gesloten
2e pinksterdag
Gesloten
1e kerstdag
Gesloten
2e kerstdag
Gesloten