Bladluizen brengen virussen bij aardappelen over. Om een goed inzicht te krijgen in de omvang van deze overdracht worden bladluizen gedurende het groeiseizoen gemonitord. Dit is vooral van belang voor het vaststellen van de loofvernietigingsdata.

Zuigvallen

In Tollebeek staat een zuigval en deze zuigt continu lucht aan op een hoogte van 12 meter. De zuigval wordt van 1 mei tot 1 september afgetapt.

Vangbakken

Op 40 plaatsen in Nederland staan gele vangbakken. De bladluizen komen op de gele kleur af. Door een klein laagje water met een uitvloeier in de bak te doen, worden ze vervolgens gevangen. De vangbakken worden van begin juni tot half augustus afgetapt.

Bij alle methoden worden de bladluizen op het laboratorium gedetermineerd. De verschillende soorten worden vastgesteld en per soort wordt het aantal geteld. Het vaststellen van de soort bladluis is belangrijk, omdat de ene soort beter virus overbrengt dan de andere soort. Deze efficiëntie van overdracht wordt uitgedrukt in een REF-waarde, relatieve efficiëntie factor. Met behulp van deze REF-waarde wordt de vectorendruk bepaald. De vectorendruk is het aantal gevonden bladluizen vermenigvuldigd met deze REF-waarde. De vectorendruk wordt ook cumulatief weergegeven, hierbij worden de dagwaarden telkens bij elkaar opgeteld.

De resultaten van de vangsten van de zuigval en de vangbakken vindt u op het Klantportaal bij Bladluis Online (alleen beschikbaar voor aangeslotenen).