Technische informatie onderzoeksmethoden

Hieronder treft u informatie over het AM-grondonderzoek dat de NAK uitvoert:

Extractiemethode

  • met behulp van de drijfmethode worden de cysten gescheiden van gronddeeltjes.
  • het debris (restmonster) met mogelijk aanwezige cysten blijft over.

Analysemethode

  • het debris wordt met behulp van een microscoop onderzocht op de aanwezigheid van aardappelcysten.
  • deze worden vervolgens opengemaakt om de inhoud van de aardappelcysten vast te stellen (doordrukmethode).
  • de resultaten zijn van toepassing op het monster zoals deze is ontvangen.

Soortbepaling

  • het vaststellen van het soort aardappelcyste vindt plaats met PCR-realtime.
  • de soortbepaling vindt plaats per perceel bij maximaal 50 cysten met levende inhoud.

Meetonzekerheid

  • Elke analyse heeft een bepaalde meetonzekerheid (een spreiding rond het afgegeven resultaat).
  • Voor meer informatie over de meetonzekerheid van de AM-uitslag kunt u ons mailen.

Onderstaand schema laat het proces van het AM-grondonderzoek zien.

Nadat de keurmeester een grondmonster neemt van een perceel, komt dit binnen bij de Monsterontvangst van de NAK. De grondmonsters slaan we op in een speciale droogruimte. Na zeven dagen worden de grondmonsters ‘gespoeld’ om een kleiner restmonster te realiseren. Dit gebeurt in een speciaal hiervoor ontwikkelde AM-spoelmachine.

Het overgebleven restmonster wordt daarna nóg kleiner en gereed gemaakt om het te kunnen nakijken onder de microscoop. Dit gebeurt door aceton toe te voegen aan het restmonster. Vervolgens wordt onder een microscoop het monster nagekeken, zitten er cysten in? Zo ja, de inhoud van de cysten wordt hier bepaald. Zijn het levende aaltjes of dode aaltjes? Wanneer het levende aaltjes zijn, dan wordt ook het soort vastgesteld.